Skip to content

In een markt vol schokken is de houdbaarheid van een taxatie korter dan gedacht

Dat prijzen bewegen is op zichzelf geen nieuws, een taxatie is altijd een momentopname geweest. Momenteel valt vooral de omvang van die beweging op. De goudprijs liet een volatiel half jaar zien, de kosten om een kunstwerk te vervoeren liepen sterk op, de kloof tussen een natuurlijke en een synthetische diamant werd groter en ook op de horlogemarkt lopen merken en modellen steeds verder uiteen. Dat zijn uitschieters van een andere orde dan de gebruikelijke jaarlijkse schommelingen, schokken, geen trends.

Een taxatierapport van een paar jaar geleden, binnen de gebruikelijke termijn van drie jaar tussen twee taxaties, weerspiegelt dit niet: de cijfers erin kloppen niet meer.

In het kort

  • Goud: bewoog het afgelopen half jaar fors, in beide richtingen. Het risico zit in de timing, niet in de richting.
  • Diamant: kent een blijvende breuk tussen natuurlijke en synthetische stenen. Die breuk zet de definitie van ‘gelijkwaardige steen’ in een polis onder druk.
  • Kunst: transportkosten liggen structureel op ongeveer het dubbele van vóór de coronapandemie, door verstoorde vaarroutes in het Midden-Oosten. Terwijl een herstel van de veilingmarkt niet representatief is voor de kunsthandel als geheel.
  • Horloges: marktsegmentatie maakt ‘vergelijkbaar object’ een steeds minder eenduidig begrip voor taxatiedoeleinden.

Goud: het volatiele risico

De goudprijs is de snelst bewegende factor in een taxatierapport, al is dat niet bij elk sieraad even bepalend. Bij een gangbaar sieraad zit de waarde grotendeels in het materiaal, en die beweegt mee met de goudprijs. Bij een designerstuk zit de waarde vooral in merk en ontwerp: een Bvlgari-, Chopard- of Graff-stuk kan in materiaalwaarde dalen en toch meer waard worden, omdat het merk zwaarder weegt dan het metaal. Bij een gangbaar sieraad is de goudprijs dus een goede eerste inschatting van het risico, bij een designerstuk veel minder.

Goud noteert nu rond de 116 euro per gram. Eerder dit jaar piekte de prijs op ongeveer 158 euro per gram, het hoogste niveau ooit gemeten. Een schommeling onder andere aangewakkerd door geopolitieke spanningen en door zorgen over de onafhankelijkheid van de Federal Reserve. Kort daarna keerde het sentiment: de nominatie van een nieuwe Fed-voorzitter herstelde het vertrouwen, de dollar werd sterker, en goud zakte terug naar het huidige niveau. Dat was een schok in de tegenovergestelde richting, binnen een paar dagen. Al met al een verschil van ruim dertig procent over de tijdspanne van een half jaar.

Bij een materiaalgedreven sieraad bepaalt dus niet de sieradenmarkt de waarde, maar de goudprijs, en die volgt op zijn beurt het bredere financiële klimaat: rente, dollar, geopolitiek. Een taxatie die volgens een vaste kalender, eens in de drie jaar, wordt herzien, meet dan ook geen sieradenwaarde, maar een toevallige stand van de kapitaalmarkt.

Jaarlijkse herziening is echter niet voor elk object het juiste antwoord. Een taxatie kost geld en een jaarlijkse hertaxatie van een sieraad met een bescheiden materiaalwaarde kost al snel meer dan ze oplevert. Bij een collectie met een aanzienlijke materiaalwaarde kantelt die rekensom: daar weegt het risico van een verouderd cijfer zwaarder dan de kosten van opnieuw kijken.

Deze volatiliteit werkt bovendien niet in één richting. Een taxatie van drie jaar terug ligt nu onder de actuele waarde, terwijl een taxatie van begin dit jaar, vastgesteld tijdens de piek, er juist boven ligt. Oververzekering is dus geen bijzaak: de cliënt betaalt dan structureel te veel premie over een bedrag dat niet meer klopt. Dat is precies de reden om de actualiteit van een taxatie te controleren in plaats van aan te nemen.

Diamant: een blijvende breuk, geen cyclus

In de diamantmarkt gebeurt iets anders dan bij goud: een structurele verschuiving die niet met de conjunctuur meebeweegt en ook niet terugkeert.

Natuurlijke diamanten daalden vorig jaar behoorlijk in prijs, zo blijkt uit de RAPI, de industriestandaard van de sector. Synthetische diamanten, in de sector ‘labgrown’ genoemd, zijn intussen ruwweg vier tot negen keer goedkoper dan een vergelijkbare natuurlijke steen. Producenten zitten inmiddels op hun laagst haalbare kostprijs, dus die kloof krimpt niet. Het aandeel labgrown diamant in verlovingsringen is de afgelopen jaren van een kwart naar meer dan de helft gestegen.

Dit raakt de definitie van ‘vervangingswaarde’ zelf. Een polis die de dekking baseert op ‘een gelijkwaardige steen’ laat zich nu op twee heel verschillende manieren lezen, zolang er geen vaste, actuele taxatiewaarde bij staat.

Tegelijk wint de natuurlijke steen terrein aan de bovenkant van de markt, waar schaarste als verkoopargument telt. Ook de aanvoer bleek dit jaar kwetsbaar voor een aparte schok. Tijdens de tijdelijke blokkade van de Straat van Hormuz stokte een deel van de aanvoer van diamanten uit de Golfstaten naar Antwerpen, de belangrijkste Europese diamanthandelsstad.

Kunst: duurder transport, een fragiel herstel

Transportkosten lopen niet meer geleidelijk op. De Drewry World Container Index, de erkende benchmark voor containervracht, stond eind juni op ruim 4.100 dollar voor een standaardcontainer, tegen ongeveer 1.500 dollar vóór de coronapandemie.  Twee schokken liggen daaraan ten grondslag: rederijen mijden de Rode Zee al sinds eind 2023 vanwege aanvallen op containerschepen, en eerder dit jaar dreef ook een tijdelijke blokkade van de Straat van Hormuz de vrachttarieven wereldwijd verder op. Ook in de kunsthandel zelf wordt dit erkend: een galeriehouder noemde onlangs de verdrievoudigde verzendkosten als reden waarom een fysieke galerie draaiende houden steeds moeilijker wordt.

Voor een werk dat van ver moet komen, bijvoorbeeld uit Hongkong, werkt die prijsstijging direct door in de vervangingswaarde. In de praktijk is dat al zichtbaar: bij een recente veiling hield een verzamelaar zich in bij het bieden op een groot werk, omdat de transportkosten om het naar Nederland te vervoeren opliepen tot ruim tien procent van het aanzienlijke veilingbedrag. Een taxatie van vóór deze verstoringen is nog gebaseerd op de oude transportkosten, terwijl de vervangingswaarde inmiddels hoger kan liggen.

Dat dit samenvalt met een fors herstel van de grote veilinghuizen, maakt het beeld niet eenvoudiger. Dat herstel is vooral zichtbaar in het topsegment. De kunsthandel als geheel, inclusief de galeries waar veel taxaties op leunen, voelt het in veel mindere mate. Eén positief signaal uit de markt is dus geen garantie dat de rest meebeweegt.

Horloges: ‘vergelijkbaar’ wordt een minder eenduidig en haalbaar begrip

Een taxatie voor een horloge steunt op de vervangingswaarde op dit moment: wat het kost om op korte termijn een gelijkwaardig exemplaar te bemachtigen. Voor gewilde modellen is dat niet altijd de officiële winkelprijs bij een erkende dealer. Sommige merken hanteren wachtlijsten of leveren gewilde modellen vrijwel uitsluitend aan vaste of grote klanten, waardoor een tijdige vervanging via het officiële kanaal niet gegarandeerd is. In die gevallen bepaalt de prijs op de secundaire markt de daadwerkelijke vervangingswaarde. Die prijs beweegt los van de winkelprijs en loopt per merk en model steeds verder uiteen.

Tussen 2022 en eind 2025 lag de secundaire markt grotendeels stil, na het leeglopen van de speculatiegolf van 2021-2022. In die ‘rustige’jaren bleef een taxatie relatief lang een redelijke benadering van de werkelijkheid. Dat is niet meer zo.

Bij merken als Patek Philippe, Audemars Piguet en Cartier stijgen vooral de kleinere, compactere modellen sterk in waarde, terwijl de meerprijs boven de winkelprijs bij stalen sportmodellen sinds de piek van 2022 in veel gevallen fors is gekrompen. Hoe snel zo’n schok een markt kan doen omslaan, bleek begin dit jaar bij Rolex. Toen het merk aankondigde de bekende ‘Pepsi’-kleurstelling van de GMT-Master II uit productie te nemen, schoot de vraag naar bestaande exemplaren op de secundaire markt binnen enkele weken omhoog, met prijzen die opliepen tot ruim het dubbele van de oorspronkelijke winkelprijs.

Wat dit betekent voor de adviespraktijk

Goud, diamant, kunst en de horlogemarkt bewegen elk om een andere reden, en toch is de conclusie steeds hetzelfde: een taxatie van een paar jaar oud is niet meer betrouwbaar.

Er zit een stille ironie in een taxatierapport, het oogt preciezer dan bijna elk ander document in een collectie. Een exact bedrag, een handtekening, een datum. Die precisie wekt vertrouwen en juist dat vertrouwen is het risico. Een cijfer dat er zo definitief uitziet, wordt zelden nog kritisch bekeken. Onder de oppervlakte is het mogelijk al lang losgeraakt van de goudprijs, de vrachttarieven, de verhouding tussen een natuurlijke en een synthetische steen, of de plek van een horloge in een markt die zichzelf inmiddels heeft herschikt.

Het doorslaggevende moment is niet de datum in de agenda waarop een volgende taxatie staat, maar de gebeurtenis die niemand aan zag komen: een renteboodschap, een handelsroute die dichtslibt, een merk dat een kleurstelling of model schrapt. Kalendergedreven herziening past niet bij een schok-regime. Een event-gedreven herziening wel.

Marktschokken verkorten de houdbaarheidsdatum van een taxatie
Back To Top
Zoeken