Zeventig jaar Eames Lounge Chair
Toen Charles en Ray Eames in 1956 de Lounge Chair and Ottoman introduceerden, verschoof de aandacht binnen het modernisme van strenge functionaliteit naar comfort. In de decennia daarvoor hadden ontwerpers als Le Corbusier, Marcel Breuer en Ludwig Mies van der Rohe gezocht naar een nieuwe vormentaal voor het industriële tijdperk. Heldere lijnen, staalconstructies en functionaliteit vervingen de rijk gedecoreerde meubelstijlen uit de negentiende eeuw.
In de jaren vijftig kwam daar een nieuwe behoefte bij, namelijk comfort. De naoorlogse woning werd steeds meer een plaats om te ontspannen, en meubels moesten daarop inspelen. Charles en Ray Eames grepen voor hun ontwerp terug op de Engelse clubfauteuil, een klassiek model met een reputatie van diep, ruim zitcomfort.
De fauteuil bestaat uit drie gebogen multiplex schalen (rugleuning, hoofdsteun en zitting) met losse leren kussens en een gegoten aluminium onderstel. De constructie blijft zichtbaar, maar zonder dat de techniek de show steelt. Hout en leer geven het ontwerp een warmte die bij veel vroege modernistische meubels ontbreekt.
De Lounge Chair and Ottoman wordt nog altijd geproduceerd, uitsluitend door fabrikanten Herman Miller en Vitra, voor respectievelijk de Amerikaanse en de Europese markt. Kopieën zijn er in overvloed, maar het originele ontwerp komt alleen van deze twee fabrikanten. Vroege uitvoeringen zijn herkenbaar aan het gebruik van Braziliaans palissander. Latere producties werden in andere houtfineren uitgevoerd, mede omdat de handel in dit hout aan strenge regels werd gebonden.
Ook details van constructie en afwerking veranderden door de jaren heen. Die verschillen spelen een rol bij de datering van een exemplaar en laten zien hoe een ontwerp uit 1956 onderdeel werd van een productiegeschiedenis die inmiddels zeventig jaar beslaat.
Fotocredit: Charles Eames & Ray Eames, Lounge Chair en Ottoman, 1956, MoMA New York.


Charles Eames & Ray Eames, Lounge Chair en Ottoman, 1956, MoMA New York
