skip to Main Content

Spektakel en glamour bepalen de prijs

De vraag of Rembrandt wel of niet zichzelf gebruikte als model voor het schilderij De Vaandeldrager kwam onlangs voorbij. De suggestie was dat het schilderij wel het gezicht toont van Rembrandt, maar niet door Rembrandt is bedoeld als een portret van Rembrandt. Een ‘zelf-niet-portret’ werd het genoemd: een variant op de ‘tronie’. Een tronie is een portretstudie waarbij het niet om de afgebeelde persoon gaat maar om de artistieke weergave en de verkenning van het karakter en het gezicht. Zulke karakterstudies komen we ook tegen bij Leonardo DaVinci, zoals de beroemde tekening in rood krijt van een ‘jonge krijger’.

De Vaandeldrager is in elk geval onmiskenbaar het gezicht van Rembrandt zoals dit in het collectieve geheugen staat gegrift. Voor de prijs zal een ‘zelf-niet-portret’ daarom weinig verschil maken. Evenmin zal het iets aan de prijs veranderen als bij de hypothetische verkoop van de Mona Lisa blijkt dat de afgebeelde dame niet Lisa Gherardini uit Florence is, maar Anke Bakker uit Utrecht. De glimlach zelf is immers beroemder dan de geschiedenis. En beroemdheid regeert regelmatig over de inhoud op de internationale kunstmarkt.

De verkoop van het schilderij Salvator Mundi van DaVinci voor 450 miljoen in 2016 was een opmerkelijk moment in de kunstmarkt en een bizarre gebeurtenis. Het heeft ook invloed gehad op de beeldvorming van prijzen in de kunstmarkt. Het omhoogdrijven van de prijs van Salvator Mundi met een extreme marketingcampagne door het veilinghuis, inclusief de inzet van filmster Leonardo DiCaprio, heeft geleid tot de opvatting dat Oude Meesters tientallen tot honderden miljoenen waard kunnen zijn.

Het was de Saoedische Kroonprins die 450 miljoen betaalde voor Salvator Mundi. Oligarchen en emirs betalen grif en met gemak de extra premie voor sterrenstatus. Zeker als daar een herkomst aan verbonden is van een vooraanstaande Europese familie zoals Rothschild.

Begin 2021 werd een schilderij van Boticelli verkocht voor 75 miljoen euro en begin dit jaar ging een schilderij van Boticelli voor 38 miljoen euro onder de hamer. Deze week werd ook een pentekening van Albrecht Dürer aangeboden voor 40 miljoen euro. De gemene deler naast de sterrenstatus van deze kunstenaars is de schaarste van zulke kunstwerken, er komen er niet veel van op de markt. Veel topstukken zijn in museale collecties opgenomen en blijven daar voor altijd (als het goed is).

Het Rijksmuseum en de Staat der Nederlanden kopen kunst die behoort tot ons culturele erfgoed en onze kunstgeschiedenis. Maar het zijn spektakel en glamour die al jaren de prijs bepalen op de kunstmarkt. Internationale veilinghuizen werken hieraan mee door gebruik te maken van slimme marketingtechnieken, private-viewings en garantstellingen voor verkoop.

Musea zijn daardoor ‘slachtoffer’ van de ontwikkelingen op de kunstmarkt en moeten opbieden tegen zeer vermogende verzamelaars. Voor een topstuk van Rembrandt, DaVinci, Boticelli of Rubens zal altijd een markt zijn met kapitaalkrachtige kopers. Zeker ook sinds steeds meer rijken der aarde kunst ontdekken als een alternatieve belegging.

Het was dus een adequate handelswijze van het Rijksmuseum om de portretten van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit in 2016 onderhands te verwerven. Hiermee werd voorkomen dat het museum zou moeten meebieden op een eventuele publieke verkoop met een mogelijke bijbehorende prijsopdrijvende marketingcampagne.

Wat betreft de waarde zijn Maerten en Oopjen per schilderij minder waard dan de helft van 160 miljoen. Het zijn elkaars pendanten. Kortom samen meer waard dan de som der delen. En die twee elen vormen welbeschouwd samen één huwelijksportret geschilderd door Rembrandt à 160 miljoen.

Zo gek is die 175 miljoen daarom niet voor De Vaandeldrager. Het is een zeer belangrijk schilderij in het oeuvre van Rembrandt. Er werd al eens 450 miljoen voor een DaVinci betaald en de hoeveelheid beschikbaar geld in handen van miljardairs is nog veel groter dan in 2016. Als De Vaandeldrager nu zou worden verkocht bij een internationaal veilinghuis, in plaats van onderhands aan het Rijksmuseum, zou de prijs wel eens hoger dan 200 miljoen kunnen uitkomen. Overigens werd de genoemde tekening van Dürer door de eigenaar ontdekt op een boedelveiling en voor 30 dollar gekocht. Dat kan dus ook nog.

 

Back To Top
×Close search
Zoeken